In 1986 waren de onderlinge verhoudingen tussen de bandleden van The Rolling Stones op een dieptepunt aanbeland. Charlie Watts functioneerde nauwelijks meer dankzij een stevige heroïne verslaving, Bill Wyman had eigenlijk al zo’n vijf jaar eerder de band willen verlaten (en zou dat uiteindelijk officieel doen in 1993) en Mick Jagger en Keith Richards hadden voortdurend slaande ruzie. Met name het ego van Mick zat volgens Keith danig in de weg. Jagger ambieerde een solo carrière terwijl Keith Richards dolgraag wilde dat de de focus bleef liggen bij de Stones zelf. Die frictie is goed hoorbaar op “Dirty Work”, het 18de (Britse) dan wel 20ste (Amerikaanse) studio album van de band.

De ontvangst was destijds allesbehalve warm. De plaat werd door min of meer alle critici (met als welkome uitzondering Robert Christgau van de Village Voice) compleet afgefakkeld. De Stones hadden alle relevantie verloren en Dirty Work was een eersteklas misbaksel en de heren zouden er beter aan doen om ergens aan de Franse Riviera van een vroegpensioen te gaan genieten…. Dat is niet terecht gebleken. Luister nu naar ” Dirty Work” en je hoort een meer dan uitstekend Stones album waar de agressie van de vocalen van Mick Jagger afdruipt en dat, alle persoonlijke tegenslag ten spijt, toch nog steeds een hecht en goed uitgewerkt bandgeluid laat horen. We weten dat Charlie deels niet in staat was om te drummen, we weten dat Keith en Ronnie Wood het leeuwendeel van het album met z’n tweeën schreven en toch hoor je in elk nummer een echte band aan het werk. Dat moet dan toch meer zijn dan enkel ‘ vakmanschap’. Doe jezelf een lol, haal een exemplaar van Dirty Work in huis en ga er eens lekker voor zitten: minstens zo goed als ‘Steel Wheels’ (1989). Dan nemen we die verschrikkelijke day-glo cover van Annie Leibovitz maar voor lief.